Vasten voor vrouwen

Waarom je cyclus, je levensfase en je stressniveau bepalen wat er kan

De meeste vastenadviezen zijn niet voor jou geschreven

Zestien acht. Achttien zes. Om de dag vasten. De schema's die je online tegenkomt worden gepresenteerd alsof ze voor iedereen gelden.

Ze zijn grotendeels onderzocht bij mannen.

Dat is geen detail. Een mannenlichaam werkt hormonaal een stuk eenvoudiger: testosteron blijft over de dag en over de maand relatief stabiel. Een vrouwenlichaam werkt in cycli, en die cycli bepalen hoe insulinegevoelig je bent, hoeveel stress je aankunt en hoe je op vasten reageert.

Datzelfde schema kan bij jou in week één prima gaan en in week drie precies verkeerd uitpakken. Dat ligt niet aan jouw discipline. Het ligt aan de timing.

Je cyclus als kompas

De eerste helft, na je menstruatie. Oestrogeen is dominant. Je bent insulinegevoeliger, je hebt meer energie en je verdraagt stress beter. Dit is de fase waarin er ruimte is om langer te vasten en zwaarder te trainen. Veel vrouwen merken dat het dan bijna vanzelf gaat.

De tweede helft, na de eisprong. Progesteron neemt het over. Progesteron vraagt om een iets hogere glucosespiegel, en vasten verlaagt die juist. Daar komt bij dat vasten zelf een stressprikkel is, terwijl je lichaam in deze fase minder stress verdraagt. Meer trek en meer behoefte aan koolhydraten zijn in die dagen geen zwakte, maar fysiologie.

Dit is de fase waarin je korter vast of even niet. Niet als concessie, maar omdat het beter werkt.

In en na de overgang

Als je cyclus onregelmatig wordt, verdwijnt dat kompas. Dan gaan we sturen op wat we meten in plaats van op de kalender.

Na de menopauze is er in principe meer ruimte, omdat de maandelijkse schommeling wegvalt. Maar er is een kanttekening die zelden wordt gemaakt: je bijnieren nemen dan een deel van de hormoonproductie over. Diezelfde bijnieren maken ook cortisol. Zit je in een periode van langdurige stress, dan zijn ze daar al druk mee, en is fors vasten juist niet verstandig.

Dat verklaart waarom de ene vrouw na de overgang opbloeit van vasten en de andere zich beroerder gaat voelen.

 

"Vasten is een gezonde, kortdurende stressprikkel. Net als sporten.
Maar als je emmer al vol staat, is het het scheutje dat hem doet overlopen."

De emmer

Stel je je draagkracht voor als een emmer. Werk, een gezin, de zorg voor je ouders, slecht slapen, hoge eisen aan jezelf: het gaat er allemaal in.

Bij stress geeft je lever glucose vrij aan je bloed, ook als je niets eet. Daar maakt je lichaam insuline voor aan. Zo blijf je in vetopslagmodus terwijl je alles goed doet. Op een glucosesensor is dat gewoon zichtbaar: ik heb bij mezelf een duidelijke piek gezien tijdens een presentatie, nuchter, zonder een hap gegeten te hebben.

En daar komt vasten dan bij. Op een halfvolle emmer is dat gezond. Op een volle emmer loopt hij over.

Daarom kijk ik in een traject altijd eerst naar hoe vol jouw emmer staat, voordat we de vastenduur opbouwen. Bij de een beginnen we bij dertien uur en gaan we rustig omhoog. Bij de ander gaan we eerst aan de emmer werken en pas daarna aan het eetraam.

Wat dat betekent voor hoe ik werk

Geen schema dat je van internet haalt en volhoudt tot het misgaat. Wel opbouwen in stappen, meten wat er gebeurt, en bijsturen als jouw lichaam iets anders aangeeft dan de theorie.

→Lees voor wie vasten niet geschikt is