Zo werkt insulineresistentie

En vier signalen die vaak over het hoofd worden gezien

Op de homepage staan zeven signalen van insulineresistentie. Dit zijn de vier die er meestal niet bij worden gedacht, terwijl ze precies hetzelfde vertellen.

Hoofdpijn of prikkelbaarheid als je een maaltijd overslaat

Je kent het gevoel: als je niet op tijd eet, word je chagrijnig of krijg je hoofdpijn. Dat is een kenmerk van een stofwisseling die gewend is te draaien op suiker.

Je lichaam heeft jarenlang een constante toevoer gehad en is daarop gaan rekenen. Het kan er eigenlijk niet meer zonder. Blijft die toevoer even uit, dan protesteert het meteen, terwijl je vetvoorraad ondertussen gewoon klaarligt om te gebruiken.

Een onregelmatige cyclus, zwaardere PMS of heftigere overgangsklachten

Insuline is een hormoon, en hormonen werken op elkaar in. Een hoge insulinespiegel beïnvloedt de aanmaak van je geslachtshormonen. Bij jongere vrouwen zie je dat terug in een onregelmatige cyclus of PCOS. Rond de overgang komt er nog iets bij: je bijnieren nemen dan een deel van de hormoonproductie over, en die staan onder druk als er ook nog stress speelt. Overgangsklachten die zwaarder uitpakken dan verwacht kan een signaal zijn dat de onderliggende insulineresistentie je parten speelt.  

Steelwratjes in je hals, oksels of liezen

Kleine huidflapjes die je meestal negeert. Ze ontstaan doordat een hoge insulinespiegel de celdeling in de huid stimuleert. Ze zijn onschuldig, en ze zijn tegelijk een van de zichtbaarste aanwijzingen dat er al langer te veel insuline in je bloed zit.

Donkere, fluweelachtige verkleuringen in je huidplooien

In je nek, oksels of liezen. Het lijkt op vuil dat niet weggaat. Ook dit komt door insuline die inwerkt op je huidcellen, en het wordt vaak jarenlang niet herkend.

Wat er onder deze signalen ligt

Insuline is de sleutel die suiker uit je bloed je cellen in brengt. Als je cellen daar minder goed op reageren, maakt je alvleesklier er gewoon meer van. En dat werkt. Jarenlang.

Precies daarom blijft je bloedsuiker in die periode gewoon normaal. Je labuitslag zegt niets, terwijl je zelf al voelt dat er iets niet klopt. Je bent moe, je hebt voortdurende trek in koolhydraten en je bent niet scherp in je hoofd. Dat is niet je bloedsuiker die te hoog is, dat is je insuline die te hoog is. En insuline wordt bij een standaard bloedonderzoek niet gemeten.

Pas als je alvleesklier het niet meer bijhoudt, begint je nuchtere waarde te stijgen. Dan heet het prediabetes, en later diabetes type 2.

"Insulineresistentie is niet een aandoening naast diabetes.
Het is de fase ervoor, en die duurt tien tot vijftien jaar."

De fase ervoor duurt tien tot vijftien jaar

Insulineresistentie is dus geen aparte aandoening naast diabetes. Het is de aanloop ernaartoe, en die aanloop is lang.

Dat verklaart waarom zoveel mensen het niet weten. In Nederland lopen naar schatting 400.000 mensen rond met diabetes type 2 zonder dat het is vastgesteld. Het aantal mensen in de fase daarvoor is veel groter.

En dat is ook het goede nieuws

Die tien tot vijftien jaar zijn geen verloren tijd. Het is precies het venster waarin je er veel aan kunt doen, en waarin het makkelijker omkeerbaar is.

Insulineresistentie ontstaat namelijk niet door pech. Het ontstaat door wat je eet, hoe vaak je eet en hoeveel rust je je lichaam geeft. Aan alle drie kun je iets veranderen.

Lees wat er tijdens het vasten in je lichaam gebeurt